Inrichting bermen Limburg
Verspreid in de gemeenten Gulpen-Wittem, Valkenburg en Voerendaal liggen bermen die een mooie verbindingszone kunnen vormen voor kalkgraslandsoorten. In deze bermen worden verschillende maatregelen uitgevoerd.
Het in kaart brengen en uitvoeren van de acties maken deel uit van het project ‘Kwaliteitsimpuls kalkgraslandbermen Zuid-Limburg’ in het kader van SPUK Programma Natuur.. Provincie Limburg werkt hierbij nauw samen met de betrokken gemeenten en Bosgroep Zuid Nederland.
Op deze pagina zijn alle werkzaamheden te volgen.
Ook kunnen geïnteresseerden hier meer lezen over de achtergrond van maatregelen in de bermen.
Heeft u na het doornemen van deze pagina nog inhoudelijke vragen?
Dan kunt u via e-mail contact opnemen met Nathalie Obrusnik: n.obrusnik@bosgroepen.nl
PLANNING
Voor het laatst bijgewerkt op 06 januari 2026:
- ✅ Voorbereiding (2025):
Het project is gestart met het raadplegen van relevante documenten en veldinventarisatie bij bermen die mogelijk kansrijk zijn. In het veld zijn de bermen onderzocht of met inrichtingsmaatregelen en een juist vervolgbeheer de bermen een kans van slagen hebben om tot een kalkberm te ontwikkelen.
- Uitvoering (januari – medio juni 2026):
Hierbij heeft het planten van nieuwe bomen prioriteit begin 2026; de beste planttijd (met de grootste overlevingskans) loopt namelijk van november tot februari.
Het snoeien en kappen van kleine bomen vindt plaats van januari tot begin mei (vóór het broedseizoen).
Het tot de grondlaag afmaaien van alle ruigte (grassen/brandnetel/bramen) vindt plaats van april tot medio juni. Binnen een aantal weken wordt er dan ook maaisel opgebracht op deze kale stukken grond.
Op de foto’s staan de bermen waar nu nog veel ruigte op te zien is (hoog productief gras). Hier wordt gewerkt aan een kruidenrijke berm. Hier en daar hoog gras is trouwens geen probleem, zolang het maar niet overheerst.
Achtergrond - waarom werken we aan deze bermen?
Provincie Limburg voert een 'kwaliteitsimpuls' uit in een aantal, geselecteerde bermen in Zuid-Limburg. Dit wordt gedaan om verbindingen te realiseren en te verbeteren tussen bestaande natuurgebieden. Deze natuurgebieden liggen nu als snippers natuur geïsoleerd in het landschap. Hierdoor zitten soorten fauna en flora vaak gevangen binnen zo'n natuurgebied. Door de bermen die de natuurgebieden verbinden een kwaliteitsimpuls te geven, wordt het mogelijk gemaakt dat de soorten via de bermen van gebied naar gebied kunnen reizen. De bermen worden zo echte verbindingszones die bijdragen aan de biodiversiteit en vitaliteit van de natuurgebieden. De bermen waarin gewerkt wordt liggen binnen de gebieden van de drie betrokken gemeenten en Staatsbosbeheer.
Wat houdt die kwaliteitsimpuls dan in?
Via verschillende maatregelen en het juiste beheer wordt ervoor gezorgd dat de bermen geschikt worden en blijven voor de vestiging van kruiden, die onder andere voor nectar zorgen voor insecten zoals vlinders, bijen en hommels, maar ook voedsel voor zoogdieren, vogels en andere soorten. Ook wordt ervoor gezorgd dat de bermen voldoende schuilplekken bieden en ruimte voor roofvogelnesten, spechten(nest)bomen, mierennesten, dassenburchten en zeldzame flora.
Maatregelen - wat gaan we doen?
Afschrapen zode en inbrengen gemaaid plantmateriaal
Bij een aantal bermen wordt de bovenste laag (gras, brandnetel en bramen) van de bodem verwijderd. Deze maatregel lijkt op maaien, alleen wordt zóveel vegetatie weggehaald dat er kale grond overblijft. Dit wordt gedaan om de dominante soorten (zoals bepaalde grassen, brandnetels en bramen) in toom houden. Door het verwijderen van deze laag, is er weer ruimte voor andere planten, zoals bloemen en kruiden.
Deze maatregel wordt gecombineerd met het aanbrengen van gemaaid plantenmateriaal uit andere, geschikte bermen en kalkgraslanden in de omgeving. Dat helpt nieuwe planten om sneller te groeien en het zorgt er ook voor dat de grond op hellingen minder snel wegspoelt.
Licht inbrengen door snoeien en kappen
Struiken en jonge bomen die te veel ruimte innemen in de bermen worden weggehaald. Deze struiken en bomen zorgen namelijk voor te veel schaduw waardoor veel speciale kalkgraslandsoorten zich niet in de bermen kunnen vestigen.
De kalkgraslandsoorten die zo uniek en authentiek zijn voor Zuid-Limburg houden vaak van zonrijke hellingen en bermen. Door te snoeien en te kappen wordt daar aan bijgedragen, maar dit gebeurt wel bewust heel plaatselijk. Op kleine stukken en lang niet overal, om zo voldoende variatie in de begroeiing te houden.
Op plekken met kalkrotsen wordt het gecombineerd met het weghalen of terugsnoeien van overhangende struiken. Dit om pioniersoorten van kale rotsen te helpen op de plekken waar dit mogelijk is. Pioniersoorten zijn de eerste planten en dieren die zich vestigen in een nieuw, kaal of verstoord gebied.
Terugsnoeien houtwallen
Bij goed ontwikkelde houtwallen wordt een deel stevig teruggesnoeid. Hierdoor komt er meer licht op de bodem en krijgen planten en dieren die van open plekken en randen houden meer kansen. Dit verhoogt de biodiversiteit.
Houtwallen zijn aarden wallen met daarop een dichte, inheemse begroeiing van bomen en struiken. Houtwallen zijn (ooit) aangelegd om vee tegen te houden en/of om te zorgen voor hakhout. Ze vormen een belangrijke structuur in cultuurlandschappen.
Planten van bomen en struiken
Op een aantal plekken worden kleine groepjes struiken en bomen aangeplant, vooral aan de kant waar vaak wind staat. Bomen en struiken bieden al vroeg in het jaar bloemen voor insecten en beschutting voor dieren. Zo ontstaan veilige tussenplekken langs belangrijke routes voor dieren die zich verplaatsen tussen de natuurgebieden.